mijn navel is een ornament
geen litteken van verbinding
maar van dat geboorte-vervangende-lavement
het kind was puur
het kind was blij
zorgen waren zelden
gedachten waren vrij
maar het paradijs geraakte vervuild
zwarte inkt doordrong de geest
hoop heeft zich verschuild
zijn intrede deed het beest
ik verving mijn bloed door nitro
mijn speeksel veranderde in gif
een overvloed aan ratio
een naamloze pijn net boven het middenrif
weg is de klaarheid
orde lijkt een verre droom
illusie is nu de waarheid
nieuwe brutaliteit doodde schroom
een ontsierende arrogantie
een twijfelachtige intelligentie
zo ingenieus met het verbale
zo onhandig met het triviale
naakte verbinding baart troost
een ander lichaam verdooft de pijn
de roes van fysiek genot
het zeldzame gedachteloos zijn
sporadisch de belofte van liefde
het tochtgat naar een paradijs
maar in plaats van het hoopvolle briesje
een windstille leegte, een gewicht aan grijs
hoe draait de innerlijke wind
waar hangt de inwendige klepel
ik zoek in het doolhof van mijn eigen zijn
naar het eigene, het diepe "mijn"
een hunkering naar de jeugdige eenvoud
een bede voor wat zielegoud
de zoektocht aan de binnenkant
achter een dikke en harde wand
zet je tanden in mij
en ik beloof je een vals gebit
geef me troost en ik stel je teleur
wees vriendelijk en ik toon je mineur
jaag me weg en ik kom terug,
roep me en ik loop van je weg
de ander is zo veraf
want het "ik" is zo bekaf
vandaag betekent een vloek
morgen een risico
ik wacht geduldig op het doek
met een belofte van inferno
de vraag is eenvoudig
het verlangen klaar
een einde aan het verdragen
en een oude kanker die ik eindelijk opbaar